Wepboeken

Kinderen kijken graag naar prenten en luisteren naar een stem die het verhaal voorleest. Het is goed om digtale prentenboeken in te zetten naast het reguliere prentenboek. Wepboeken stimuleren de taalontwikkeling bij peuters en kleuters door gebruik te maken van woorden, beelden, geluiden en de mogelijkheden van multimedia bij de verwerking. Hierdoor gaat taalbegrip twee keer sneller dan bij een regulier prentenboek. Samen kijken geeft een veilig en knus gevoel. Dit bevordert het leesplezier.

Kijken is het nieuwe voorlezen!

 

 

Digidreumesen experts hebben geanimeerde prentenboeken geselecteerd en onderverdeeld in drie leeftijdscategoriëen:


A. Animaties geschikt voor de leeftijd 2-3 jaar.
De tekst is eenvoudig. Het verhaal richt zich op de belevingswereld van het kind en speelt zich af in het nu.


B. Animaties geschikt voor de leeftijd 3-4 jaar.
De zinnen zijn kort. Het verhaal kan zich afspelen in het verleden of in de toekomst.


C. Animaties geschikt voor de leeftijd 4-5 jaar.
Het kan een niet realistisch verhaal zijn, niet het echte leven. Waarbij de beelden de tekst verduidelijken.

 

 

De meerwaarde van digitale prentenboeken

Digitale prentenboeken zijn leuk en goed voor de taalontwikkeling. Door het kijken naar geanimeerde prentenboeken, met bewegende beelden en geluid, leren peuters spelenderwijs nieuwe woorden. Vaak wel vijf tot zes nieuwe woorden in een half uur. Dat is veel meer dan het gemiddelde van twee tot drie woorden per dag.

Bij een digitaal prentenboek horen peuters nieuwe woorden en begrippen. Deze nieuwe woorden worden in de animaties bewegend gemaakt en ondersteund met het juiste geluid. Hierdoor kunnen peuters de nieuwe woorden en begrippen veel beter onthouden. Bovendien wordt de wereld van het jonge kind uitgebreid. Zo zien ze bijvoorbeeld dat er niet één huis is maar dat een ander huis óók een huis heet. 

De animaties binnen het Wepboek worden twee keer achter elkaar vertoond. De eerste keer wordt de animatie als geheel vertoond. De tweede keer wordt de animatie onderbroken door vragen.

De vragen tijdens de animaties en binnen de verwerkingssuggesties richten zich op drie niveau’s:

1. Woordbetekenis en woordenschatuitbreiding.
 

2. Vragen die herhalen wat de tekst zelf aanbiedt.
Deze vragen worden tijdens de animatie gesteld en richten zich op het begrijpen van het verhaal.
 

3. Vragen waarbij de peuter aan het logisch denken wordt gezet.
Vragen op taalkundig niveau zoals het benoemen van oorzaak en gevolg en het stellen van vervolgvragen. 


Tip: Ga in op opmerkingen die peuters tijdens het voorlezen maken. Laat ze over eigen ervaringen vertellen! 

Naar de Wepboeken

© 2012 Het Kinderopvangfonds • Powered by Medid

Hoofdmenu

Zoek